2 februari 1943. De tien gefusilleerden

Gepubliceerd door Palvu op

Op 31 januari organiseerde Communisten Haarlem-IJmond een filmavond, om stil te staan bij de executie op 2 februari 1943 van tien mannen uit Haarlem en Velsen. De avond werd voorzien van een korte inleiding door Ada, familie van één van de 10 gefusilleerden uit IJmuiden en lid van de organisatie.

Een moment stilstaan bij 10 personen die op 2 februari 1943 vermoord werden. Een van hen is de broer van mijn moeder.

Op 30 januari 1943 word ‘s avonds in Haarlem de Duitse onderofficier Bamberger neergeschoten. Alhoewel het ingestelde onderzoek van De Duitsers niet leidde tot de opsporing van de aanslagpleger word er toch vastgesteld dat de dader in Joods-communistische kringen gezocht moet worden.

Ada

Op 31 januari worden er ruim honderd Haarlemmers gearresteerd en drie communisten uit Velsen worden op 1 februari vanuit de Weteringschans in Amsterdam overgebracht naar de strafgevangenis in Haarlem. Deze drie waren al in de nacht van 21 op 22 januari met nog 7 andere communisten door foute Velsense politieagenten opgepakt en uitgeleverd aan de Duitsers. Dit gebeuren is de geschiedenis ingegaan als een onderdeel van de Velser Affaire.

Rond middernacht worden de namen voorgelezen. Drie leden van de Joodse Raad en 7 communisten zullen de volgende dag als represaille voor de gedode Duitse soldaat worden doodgeschoten.

  • Barend Juda Chapon, 58 jaar. Effectenmakelaar, sociaaldemocraat en lid van de Joodse Raad.
  • Herbert Otto Drilsma, 34 jaar. Meester in de rechten, lid van de gemeenteraad in Haarlem voor de SDAP en lid van de Joodse Raad.
  • Philip Frank, 32 jaar. Opperrabbijn en lid van de Joodse Raad.
  • Wijnand de La Rie, 43 jaar. Grondwerker actief in het Internationale Rode Hulp (IRH) en bij de Vrienden van de Sovjet-Unie (VVSU).
  • Johannes Theodorus Lebbe, 64 jaar. Tuinman en actief in de vooroorlogse NVV. Sinds 1941 betrokken bij het verspreiden van het illegale blad de Waarheid.
  • Karel Frederik Reumann, 26 jaar. Bankwerker. Actief in het Internationale Rode Hulp en bij de Vrienden van de Sovjet-Unie. In 1941 werd hij verraden toen hij op zijn werk collecteerde voor het onderhoud van het gezin van een ondergedoken collega. Hij dook toen zelf onder in Renswoude. Tijdens de arrestaties was hij in het geheim een nachtje thuis bij zijn ouders.
  • Roelof Gerard Strengholt, 42 jaar. Kantoorbediende, ploegcommandant van de geneeskundige Dienst van de luchtbescherming maakte deel uit van een communistische verzetsgroep in Velsen.
  • Simon Nicolaas Warmenhoven, 38 jaar. Losarbeider, van 1935 tot 1939 gemeenteraadslid communistische partij. Maakte deel uit van de Waarheidgroep in Velsen. Zij haalden geld op voor het solidariteitsfonds t.b.v. vluchtelingen en onderduikers uit Nazi-Duitsland en verspreidden de Waarheid en andere illegale lectuur.
  • Pieter Weij, 39 jaar. Arbeider, actief in de vakbond, in 1939 gemeenteraadslid voor de communistische partij. Ook hij maakt deel uit van de Waarheidgroep.
  • Iwan Ferdinand Zwanenbeek, 39 jaar. Stoffeerder en behanger, illegaal werker voor de Waarheid.

Ze krijgen gelegenheid om een afscheidsbrief te schrijven.

Iwan Zwanenbeek schrijft : “Onze laatste uren sluiten we af met discussiëren.” Simon Warmenhoven vraagt aan zijn vrouw of zij de brief met inkt over wil schrijven omdat “potlood verbleekt en inkt niet.” Rolf Strengholt schrijft aan zijn vrouw: “Mijn lot is eervol en je kan iedereen goed en recht in de ogen kijken.” Pieter Weij neemt afscheid met de woorden: “Beter onschuldig dood dan te leven met een leugen… Ik ga met opgeheven kop.”

Om 7.00 uur in de morgen van 2 februari komen ze in twee groepjes van vijf met opgeheven hoofd de strafgevangenis uit en moeten plaatsnemen in een legerwagen. Ze rijden naar het kopje van Bloemendaal en vervolgens moeten ze een duin inlopen. Ze bereiken een dal waar 5 palen staan waar 5 mannen aan vastgebonden worden. De andere 5 worden meegevoerd naar een nabijgelegen dal. Ook daar vijf palen. De mannen wordt gevraagd of zij een blinddoek voor willen. Ze weigeren en wachten af… 10 mensen die door hun dood voor altijd met elkaar zijn verbonden.

De lichamen worden in kisten naar crematorium Westerveld vervoerd. De crematie kost per mensenleven 127,50. Het College van Haarlem stuurt de rekening voor de drie Velsenaren naar de gemeente Velsen waartegen de gemeente Velsen protesteert. Zij vinden dat de Duitsers deze moeten betalen. Op 29 maart antwoordt Haarlem dat in overleg met de commissaris van de provincie, de gemeente Velsen verplicht is deze kosten te betalen.

Haarlemsche Courant, dinsdag 2 februari 1943.

De nabestaanden moeten uit de krant vernemen dat hun man, vader, zoon of broer is doodgeschoten.

De overige opgepakte Haarlemmers kwamen in kamp Vught terecht waar het merendeel na drie maanden werd vrijgelaten. Na de oorlog heeft een groot deel van deze groep zich verenigd in sociëteit ‘de Roodpunten’. Zij kwamen jaarlijks bijeen voor een tocht naar de twee gedenkstenen in de duinen die herinneren aan de 10 gefusilleerden. Na afloop kwamen zij samen in de hal van het stadhuis in Haarlem waar een plaquette hangt met de namen van de 10 personen. Jarenlang probeerden zij te achterhalen waar de urnen met de as waren gebleven.

In 1983 vindt de heer Wamsteker tussen Langevelderslag en Zandvoort een stuk urn met een nummer. Hij stuurt een brief en het stuk urn naar Westerveld. Na onderzoek blijkt dat dit nummer toebehoort aan 1 van de 10 gefusilleerden. Er is niet met zekerheid vast te stellen of alle urnen in zee zijn terechtgekomen. Deze vondst wordt pas in 2004 bekend bij de nabestaanden. Het gevonden stuk urn met nummer is door Westerveld weggegooid .

Voor de nabestaanden was er geen afscheid en geen laatste rustplaats om naar toe te gaan. Alleen een afscheidsbrief en twee gedenkstenen in de duinen. Een aantal hebben na de oorlog een straatnaam gekregen. Piet Weij heeft dankzij de inzet van zijn zoon Cees uiteindelijk in 2018 een straatnaam in Santpoort-Zuid gekregen.

Een ingezonden brief aan de IJmuider Courant in 2006 door de kleinzoon van Simon Warmenhoven maakt duidelijk dat deze ingrijpende gebeurtenis ook op de naoorlogse generatie zijn sporen heeft nagelaten.

“Lieve oma,
Het is 4 mei 1965 en we gaan vanavond weer naar de dodenherdenking. We vertrekken weer van Plein 1945 naar Westerveld. Onderweg denken we dan aan opa en wat er allemaal is gebeurd. Dat hij is verraden door Velsense politieagenten met hulp van de Duitsers, want was het niet zo dat in de nacht van 21 op 22 januari 1943 al 9 communisten waren opgepakt en dat de Duitsers het eigenlijk wel genoeg vonden? Maar nee, de agenten wisten nog wel een communist, namelijk Simon Warmenhoven, raadslid voor de CPN in Velsen van 1935 tot 1939. Ook die wilden ze toch nog even ophalen.
Oma, nu we verder lopen gaan de gedachten weer terug naar de Duintop waar opa met nog 9 anderen aan een paal gebonden stond en de blinddoek weigerde. We weten nu dat hij met uw foto in zijn rechterhand is doodgeschoten.
We zijn nu bijna bij het monument op Westerveld, waar we bloemen zullen neerleggen zoals we elk jaar op 4 mei doen.
Onze gedachten zijn bij uw man en mijn opa.
Hij heeft het grootste offer gebracht wat een mens kan doen namelijk zijn leven geven voor zij vaderland.
Het is afgelopen de herdenking, en we lopen weer terug. Net als alle andere keren wordt er gepraat op de terugweg. Alleen wij zwijgen.
Morgen is het 5 mei, Bevrijdingsdag. Bevrijd van wie? De Duitsers, ja. Maar nog steeds lopen de agenten die opa hebben verraden in vrijheid rond, dus echt bevrijd zijn we niet oma.
Deze agenten hebben bijna allemaal promotie gemaakt of zijn nooit vervolgd.
Ik laat morgen dan ook mijn fietsje in de schuur staan die alle kinderen morgen wel gebruiken om 5 mei te vieren. Dan zijn ze ook altijd zo mooi versierd, die fietsen, met oranje vlaggetjes en toeters en nog veel meer oranje. Dan mag je met de optocht meelopen waar ook de drumband dan meeloopt.
Nee, morgen loop ik niet mee, 5 mei betekent geen bevrijding voor ons. Niet zolang de verraders van opa en zijn kameraden nog rondlopen.
We nemen afscheid aan het einde van de tocht. Oma zet me thuis af en er is weer een herdenking voorbij.
Later die avond, als ik weer in bed lig, droom ik dat er 41 jaar later een stichting is opgericht die gaat uitzoeken waarom dit allemaal gebeurd is en dat alle mensen wat geld geven aan die Stichting. Want is het niet zo als je in het heden wilt leven men wel zijn verleden moet kennen.
En misschien oma, haalt uw achterkleinkind wel zijn fietsje uit de schuur en kunnen ook wij bevrijding vieren.
Uw kleinzoon
Ton van Leeuwen”

Noord-Hollands Archief / Kennemerland, NL-HlmNHA_54007196.
Categorieën: Achtergronden